Rasstandaard
De rasstandaard van de Tsjechoslowaakse Wolfhond werd op 13 juni 1989 door de FCI goedgekeurd. De standaard werd uitgegeven onder nummer 332 op 28 april 1994.
Algemene indruk
De Tsjechoslowaakse Wolfhond is krachtig gebouwd, langer dan middelgroot, en lijkt qua uiterlijk sterk op een wolf. Hij heeft een lichte, ruime draf en een karakteristiek masker.
Belangrijke proporties
Lichaamslengte : schofthoogte = 10 : 9
Lengte van de bek : lengte van schedel = 1 : 1,5
Karakter
Temperamentvol, actief, moedig, volhardend en zeer leerzaam. Hij is trouw aan zijn baas, wantrouwig tegenover vreemden maar valt niet zonder reden aan.
Hoofd
Symmetrisch, goed gespierd, met een stompe wigvorm. Oren zijn rechtopstaand, driehoekig en kort.
Ogen
Smalle, scheef geplaatste barnsteenkleurige ogen met goed sluitende oogleden.
Gebit
Scharend of tanggebit met 42 tanden.
Hals
Droog, goed gespierd, en lang genoeg om de grond te kunnen bereiken.
Lichaam
Stevige rug, goed gespierde schoft, kort kruis, ruime borst en ingetrokken buik.
Staart
Hoog aangezet, in rust naar beneden, bij opwinding in sikkelvorm omhoog.
Ledematen
Voorhand recht en krachtig; achterhand parallel en goed gespierd.
Beweging
Ruime, lichte draf waarbij de ledematen laag boven de grond bewegen.
Vacht
Recht en gesloten. Wintervacht heeft veel onderwol. Kleur varieert van geelgrijs tot zilvergrijs met licht masker.
Hoogte en gewicht
Reuen: minimaal 65 cm / 26 kg
Teven: minimaal 60 cm / 20 kg
Gebreken
Afwijkingen van de standaard worden als fouten beschouwd, afhankelijk van de ernst.
Niet‑toegestane fouten
Afwijkende proporties, karaktergebreken, atypische vacht, verkeerde kleur, losse banden, atypisch gangwerk.
NB: Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum aanwezig zijn.